Kadett_04_Service

Service beurten

Een servicebeurt op geregelde tijden is voor een auto buitengewoon belangrijk; niet alleen voor de instandhouding van het voertuig, maar ook ter voorkoming van reparaties. Bij zo’n controlebeurt komen kleine afwijkingen gemakkelijk aan het licht en kunnen dan nog met geringe kosten worden verholpen.
Zoals de GM onderhoudspolis aangeeft krijgt de wagen iedere 5000 km, om en om een kleine- en een grote-inspectiebeurt, dus bij bv. km-stand 5000 een grote beurt, bij 10.000 km een kleine inspectiebeurt, en bij 15.000 weer een grote beurt. Op de servicecoupons van de onderhoudspolis worden de grote inspectiebeurten onderverdeeld in A, B of C beurten. Voor wagens met een normale transmissie bestaat tussen de uit te voeren werkzaamheden bij zo’n A, B of C beurt geen enkel verschil. Deze onderverdeling heeft alleen betrekking op wagens die met een automatische transmissie zijn uitgerust. Bij een grote B beurt moet de remvloeistof bij deze wagen worden ververst (1); bij een C beurt èn de remvloeistof èn de transmissie-olie.
De garantie strekt zich uit over een periode van 6 maanden of een afstand van 10.000 km. Gedurende deze periode moet men getrouw de servicebeurten op de voorgeschreven tijden laten uitvoeren, want de importeur en de dealer zijn aansprakelijk voor de garantie en zij zouden terecht bezwaar kunnen maken en zich van hun garantieplicht ontheven achten, indien men de servicebeurten niet zou laten uitvoeren.
De prijzen van een kleine- of grote inspectiebeurt zijn zeker niet hoog en (indien goed uitgevoerd) het geld ten volle waard.
Maar het kan zijn dat men voor het laten uitvoeren van een servicebeurt geen tijd of gelegenheid heeft; dat de dealer te ver weg woont, dat men te lang moet wachten of dat men om welke reden ook dit zelf wil uitvoeren. Zo’n servicebeurt, die er op het eerste gezicht nogal ingewikkeld uitziet, omvat:
1. een aantal betrekkelijk eenvoudige controlewerkzaamheden en kleine correcties die men zelf zeer goed kan uitvoeren.
2. een aantal werkzaamheden, die men minder gemakkelijk kan uitvoeren, omdat men er de nodige apparatuur voor mist, maar die toch heel goed door een service-station van een der grote benzinemaatschappijen kan worden uitgevoerd.
3. een aantal werkzaamheden, die men aan de dealer moet overlaten, aangezien men daarvoor over de nodige apparatuur en ervaring moet beschikken.
14


De bandenspanning heeft een belangrijke invloed op de levensduur van banden. Controleer de spanning daarom regelmatig.
De eerste inspectiebeurt, bij km stand 1000 is gratis. De eerste grote inspectiebeurt bij 5000 km en de kleine beurt bij 10.000 km moet men zelf betalen. Waarschijnlijk zullen deze beurten binnen de garantietermijn vallen, zodat men ze in verband met de garantiebepalingen door de dealer moet laten uitvoeren. Pas daarna kan, indien men dit overweegt, daarin verandering worden aangebracht.
Bezien we het huidige onderhoudsschema in details, dan ziet dit er als volgt uit:
Kleine inspectiebeurt
(bij km standen 10.000, 20.000, 30.000 etc.)
1. Spanning en toestand van de banden controleren. Wielmoeren op vastzitten
controleren
Hiervoor zal. men zich een eenvoudig spanningsmetertje moeten aanschaffen. De juiste bandenspanningen zijn onder ,Technische Gegevens’ (pag. 222) vermeld. In het algemeen moet men banden niet verder afrijden dan tot een profieldiepte van ongeveer 2 mm (op slechtste plaats van het profiel gemeten). Voor afwijkingen in het slijtagebeeld raadplege men het hoofdstuk ,Banden’.
2. Koelvloeistofpeil controleren
De radiateur niet verder bijvullen dan tot 6 cm onder de bovenste rand van de vulopening (bij koude motor). Alles wat men meer bijvoegt gaat onherroepelijk verloren via het overlooppijpje zodra het water warm wordt en uitzet.
Bevat het water antivries, dan zal door regelmatig bijvullen met water de concentratie :van het mengsel teruglopen en daardoor minder bescherming tegen bevriezing van het koelsysteem geven. Daarom het beste bijvullen met een mengsel van zo kalkvrij mogelijk water en antivries. Verder aansluitingen van radiator- en verwarmingsslangen op lekken controleren. Zie ook het hoofdstuk Koeling en verwarming (I?ag. 97).
15


Heeft de auto een gescheiden remsysteem dan is het remvloeistofreservoir in 2 vakken verdeeld. Voor het gemak heeft het reservoir echter maar één gemeenschappelijke vulopening.
3. Rosoloeistofniuea» controleren] bijvullen
Het niveau kan heel eenvoudig worden gecontroleerd, want het vloeistofreservoir is van doorschijnend materiaal gemaakt, zodat men reeds van buiten af kan vaststellen of er nog voldoende vloeistof in aanwezig is. I-Iet niveau is aangegeven met MIN en MAX.
Indien nodig uitsluitend bijvullen met de door Opel voorgeschreven remvloeistof (GM-4653-M, type 450 of GM-4653-M, type 375).
4. Dikte van de schijfremblokjes controleren
Zie pag. 142 Hoofdstuk Remmen.
5. Versrnellingsbakdifferentieei op lekkage en oliepeil controleren
De gecombineerde vul- en niveaustoppen van de versnellingsbak en het differentieel zijn vrij lastig aan de onderzijde van de wagen bereikbaar, waardoor het niet erg aantrekkelijk .is om zelf het niveau te controleren of olie bij te vullen.
De vul/niveaustop van de versnellingsbak zit in de rijrichting van de wagen gezien aan de rechterzijde van de bak en kan met een steeksleutel van 13 111m worden uitgedraaid. Dit geldt eveneens voor de vul/niveaustop van het differentieel welke zich aan de achterzijde van het differentieelhuis bevindt. Bij zowel de versnellingsbak en het differentieel ontbreken aan de onderzijde aftapstoppen, aangezien bij beide nimmer de olie behoeft te worden ververst.
Bijvullen van de versnellingsbak moet met SAE 80 transmissieolie geschieden en voor de achteras moet SAE 90 multi-purpose hypoidolie worden gebruikt. Het niveau van de olie moet enkele mm onder de vulopening staan, hetgeen gemakkelijk met een vinger kan worden nagegaan.
16


De vul- en niveaucontrolestop van de versnellingsbak kan met een 13 mm steeksleutel worden uitgedraaid.
Controle van het olieniveau in de achteras.

17

In een smeer station, waar de wagen op een hefbrug of boven een smeerkuil staat levert niveaucontrole of bijvullen van olie geen problemen op; men beschikt over speciale apparatuur waarmee het bijvullen in een ommezien is gebeurd. Men kan het daarom beter làten doen.
In de rechter helft van de achteras bevindt zich aan de bovenzijde, ter hoogte van de schokbreker, een ontluchtingsopening, welke zelf niet zichtbaar is, maar waaruit een haakje steekt, dat men af en toe eens moet ronddraaien en op en neer bewegen O1U de opening vrij te houden. De door het draaien van de tandwielen opgewekte warmte kan dan in het differentieelhuis geen overdruk veroorzaken, die op zijn beurt tot lekke keerringen kan leiden.

6. Motorolie verversen
De gebruikelijke olieverversingstermijn is 5000 km of 6 maanden indien men minder dan 10.000 km per jaar aflegt. Door verbeteringen in de kwaliteit van de olie en van de constructie van motoren is deze termijn tegenwoordig voor normale gcbruiksornstandigheden heel gewoon.
De omstandigheden kunnen wel eens minder gunstig zijn. Dat geldt bijvoorbeeld wanneer men dagelijks van huis naar z’n werk rijdt, wanneer men de wagen vrijwel uitsluitend in stadsverkeer gebruikt en herhaaldelijk start of wanneer de buitentemperatuur bijzonder laag is, zodat de motor maar matig op temperatuur komt. Onder die omstandigheden ontstaat olieverdunning door onverbrande benzineresten en vormt zich gemakkelijk condenswater in het carter. Door te lage temperatuur dampen water en benzine niet voldoende uit en er is dan alle aanleiding de verversingstermijn tot bijvoorbeeld de helft te reduceren. Het verversen kan men zelf doen, men kan het door een benzinestation laten uitvoeren of men kan de wagen naar de dealer brengen.
De ontluchting van de achteras, waarop in de tekst nader wordt ingegaan.

Zelf verversen stuit wel op bezwaren. In de eerste plaats moet men de olie in voorraad houden. Men kan zich een drummetje wat goedkopere olie van een minder bekend merk aanschaffen, maar dat moet worden ontraden, want hoewel daaronder goede olie kan schuilen geeft dit toch geen waarborg voor constante kwaliteit. De olie-aftapplug (onder in het motorcarter) is bij een op de grond staande auto niet gemakkelijk te bereiken. Bovendien moet men over een geschikt blik beschikken om de afgewerkte olie op te vangen en een ander probleem is hoe men de afgewerkte olie kwijtraakt. Het is daarom gemakkelijker en wellicht verstandiger om de olie te laten verversen, want in het algemeen wordt daarvoor geen werkloon in rekening gebracht. Men heeft daarbij de keus tussen het vulstation en de garage van een dealer. Van deze twee is het vulstation de meest aantrekkelijke. Olieverversen moet namelij k gebeuren als de motor nog warm is, zodat bij het aftappen alle olie wegdruipt. Het vulstation zal het verversen à la minute uitvoeren, doch gaat men naar de werkplaats dan blijft de wagen wellicht een halve dag staan, zodat de motor reeds is afgekoeld.
De fabriek schrijft het gebruik van gedoopte motoroliën voor. Deze oliën bevatten toevoegingen van bepaalde chemische stoffen die de smerende eigenschappen verbeteren. Het gebruik van I-LD. motoroliën (H.D. = Heavy Duty, dat wil zeggen dat de olie vrij zwaar ,gedoopt’ is) is echter ook toegestaan. De voorgeschreven dikte gedurende zomer en winter (tot -100 C) is SAE 20. Bij aanhoudende temperaturen onder de -100 C moet deze worden vervangen door SAE 10, maar aangezien de temperaturen in ons land gedurende de winter maar sporadisch lagere waarden bereiken kan men bijna altijd volstaan met het gebruik van SAE 20 gedurende het hele jaar. Wil men echter elk risico vermijden dan kan men een multigrade olie gebruiken, b.v. SAE 10Wj30.
Links van de carterpan bevindt zich het oliefilter (A), hier van onderen gefotografeerd. De stop (8) is de aftapstop voor de motorolie.

7. Accu: elektrolietpeil controleren, zonodig bijvullen
Vul de accu nooit verder dan tot ongeveer 1 cm boven de platen. Gedestilleerd water kan men bij een drogist kopen. Voor het bijvullen kan men een gewone fles gebruiken, ‘die is voorzien van een plastic dop met tuit of slangetje. Terwijl men de fles schuin houdt kan men naar behoefte bijvullen door het slangetje dicht te knijpen en zodoende morsen te voorkomen, Reinig indien noodzakelijk de accu polen (met warm sodawater) en vet ze met speciaal accupoolvet of zuurvrije vaseline in.
8. Reservoir van de ruitesproeier lJtfllm en werking controleren Zie ook pag. 217.
Grote inspectiebeurt
(bij km standen 5000, 15.000, 25.000 etc.)
Deze grote inspectiebeurt omvat dezelfde punten als de kleine inspectiebeurt, aangevuld met de volgende werkzaamheden:
1. Filter en bezink.relko Ij lJan de benzinepomp reinigetl Zie pag. 70.
2. Klep.peling Clfstellen Zie pag. 41.
3. Bougies schoonmaken, elektrodenafstand afstellen en controleren, compressie meten
Zie pag. 83.
4. Stroomverdeler smeren, contactpunten controleren en zonodig vervangen,
contactpuntsafstand en ontstekingstijdstip afstellen
Onder de rotor bevindt zich een viltje, waaraan een paar druppels olie moeten worden toegevoegd.
Zie pag. 84.
5. S palming dynamo /ventilatorriem controleren / afstellen Zie pag. 185.
6. carterventilatie reinigen Zie pag. 44.
7. Remtrommels reinigen; vrije slag uan het rempedaal en de handrem controleren/ afstellen; dikte remlJoeringen/remblokjes controleren
Zie hoofdstuk: Remmen, pag. 142.
20

8. Leidingen en aansluitingen van het hydraulische remsysteem op lekkage controleren
Met deze leidingen en aansluitingen worden de leidingen, aangesloten op de hoofdremcilinder en de verbindingen van de remslangen, zowel aan de leidingen als de wielremcilinders bedoeld.
Donkere vlekken in de omgeving van de aansluitingen duiden op een geringe lekkage. Zie ook het hoofdstuk Remmen.
9. Kogelgewrichten van onderste draagarmen op axiale speling controleren Zie pag. 136.
10. Kadert en Olympia met trommelremmen op de voorvielen: voorwiellagers smeren
Zie pag. 136.
11. Vrije slag van het koppelingspedaal controleren/afstellen Zie pag. 113.
12. ‘Voorwielen – op de wagen – op onbalans controleren
Deze controle houdt in dat de wielen met behulp van een elektromotor worden aangedreven en dat vervolgens wordt nagegaan of ze onbalans vertonen, d.w.z. gaan trillen. Zelf kan men een dergelijke controle niet op deze manier uitvoeren. Een ervaren chauffeur zal tijdens het rijden echter al hebben kunnen vaststellen of de wielen een onbalans vertonen; dat is meestal in het stuur voelbaar.
Vertonen de voorwielen inderdaad een onbalans dan moet men ze direct laten uitbalanceren. Constateert men een onbalans aan de hand van het slijtagebeeld van het loopvlak dan is het eigenlijk al te laat.
Zie ook Hoofdstuk Banden, pag. 160.
13. Olieverversen en oliefilter vervangen
Zie voor wat het verversen van de motorolie betreft de onder kleine inspectiebeurt gemaakte opmerking. Zie voor het vervangen van het oliefilter pag. 43.
14. Schokbrekers controleren
Wanneer een schokbreker olie verliest gaat de laag vuil op de onderste schokbrekerbuis meestal donkere plekken vertonen. Gering olieverlies is nog geen directe aanleiding om een schokbreker te vervangen. Pas wanneer het olieverlies enige omvang gaat aannemen en de werking van de schokbreker duidelijk minder wordt is vernieuwing noodzakelijk.
Of een schokbreker nog goed werkt kan men eigenlijk alleen op een speciale proefbank vaststellen. Wel kan men op de volgende wijze een globale indruk krijgen van de werking van beide schokbrekers op voor- en achteras.
21
Het controleren van de rubberbalgen van het tandheugelstuurmechanisme op beschadigingen en scheuren.
Druk de wagen samen met iemand anders, ieder bij een linker en rechter spatbord, naar beneden. Doe dat gelijktijdig. Laat de wagen weer omhoog komen, en druk hem weer gelijktijdig in. Doe dit zelfde vervolgens nog een keer. De auto komt als het ware in cadans. Wanneer de auto na de laatste invering te veel ,nadeint’ is de werking van de schokbrekers onvoldoende. Zie ook pag. 126.
Controleer tevens de bevestiging van de schokbrekers en de schokbrekerrubbers.
15. Toespoor controleren
Dit is een handeling die men door gebrek aan de juiste apparatuur niet, of zeer moeilijk zelf kan uitvoeren. Men kan het beter overlaten aan een dealer die over nauwkeurige uitlijnapparatuur beschikt. Zie pag. 130.
16. Bevestiging en dichtheid van rubber balgen van de stuurinrichting controleren Deze vrij eenvoudige handeling kan men aan de voorzijde onder de wagen uitvoeren. Zodra een der balgen gescheurd is moet deze zo snel


22
Voor demontage van een ruitewisserarm steekt men een dunne schroevedraaier tussen de wisseras en het platte borgpalletje. Door nu de schroevedraaier te wentelen wordt het palletje naar voren gedrukt en kan de arm worden losgenomen. Monteer de arm later weer in dezelfde positie.
mogelijk worden vervangen om te voorkomen dat vuil In het stuurmechanisme terechtkomt.
17. IJ allc!remkabelJ meI speciaaioe: smeren
Het gaat hierbij vooral om die plaatsen waar de kabel geleiding vindt, bijvoorbeeld bij de zg. evenaar, waar de beide kabels vanaf de achterremmen samenkomen, en op plaatsen waar de kabels door geleidingsbusjes worden gesteund. Met speciaalvet wordt bedoeld een vetsoort op Molybdeendisulfide basis die GM levert onder nr. B 040 848/1.
18. jPerkil1g l;erlic!J/illg, ricbtinga(1J711!ijzer.r en claxon controleren; koplampen afr/el/en
Deze controles speken voor zichzelf, maar zijn toch uiterst belangrijk 1 Zie voor het afstellen van de koplampen pag. 198.
19. Ruiten/isserbladen controleren en Z01Zodig J!en;angen
De overweging dat nieuwe wisserbladen geld kosten is veelal een motief


23

om .ze nog maar niet te vernieuwen’. Toch gaan wisserbladen ongemerkt slechter functioneren, en na een jaar gebruik is hun wis kracht nog maar zeer matig. Slechte wisserbladen beschadigen bovendien de voorruit! Het is in het belang van uw eigen veiligheid – en die van anderen – om ze toch eens per jaar te vernieuwen.
20. Carburateermecbanisme smeren
Om het carburateurmechanisme goed gangbaar te houden, moeten de draaipunten en lagertjes van het bedieningsmechanisme worden geolied met een oliekannetje.
21. Smeren van: scharnieren en sloten van deuren; koffer of achterluik; motorkap Al deze punten kan men het beste met een normaaloliekannetje of een in olie gedoopt kwastje smeren. Smeer in ieder geval niet te overdadig.
22. Met handen op voorgeschreven spanning: wagen tijdens een proefrit testen.
Werking van stuurinrichting, voet- en handrem controleren
Voor een vakman heeft een proefrit grote waarde. Door zijn ervaring vallen hem tijdens een dergelijke rit een groot aantal mankementen op waar de eigenlijke berijder geen weet van heeft.
Een mens groeit mee met z’n eigen auto: hij went snel aan alle veranderingen, bijvoorbeeld toename van pedaalspelingen en spelingen in het stuurmechanisme, en hij kan daarom tijdens een proefrit (en is voor hem elke rit dan eigenlijk geen proefrit?) zeer moeilijk afwijkingen aan zijn eigen auto vaststellen.
Laat daarom af en toe eens een ander, wanneer u uw auto zelf pleegt te onderhouden, met uw auto een proefrit maken. Neem daarvoor liefs een deskundige, en wie kan dat beter zijn dan iemand – bijvoorbeeld een monteur of receptionist – van de dealer?
Bijkomende werkzaamheden
(Uitsluitend bij de km standen 45.000 en 85.000 etc.)
Koolborstels van de dynamo controleren en, indien nodig, het achterste dynamolager smeren. Zie pag. 178.
Uitsluitend voor wagens met automatische transmissie Bij km standen 25.000, 45.000, 65.000 etc.:
Vloeistof in het hydraulische remsysteem verversen.
De hele inhoud van het hydraulische remsysteem moet in dit geval worden afgetapt en door nieuwe remvloeistof worden vervangen. Dit voorschrift geldt uitsluitend voor wagens met automatische transmissie, omdat hierbij de remvloeistof zwaarder wordt belast – de temperatuur ligt hoger waardoor snellere oxydatie optreedt – omdat veel minder op
e motor kan worden geremd dan bij een wagen met normale versnellingsbak.
Bij km standen 45.000 en 85.000: Transmissieolie verversen.
24

Zoals uit de opgesomde punten blijkt omvat een inspectiebeurt – de naam zegt het overigens al – in hoofdzaak een aantal controlewerkzaamheden en enkele afstellingen.
Hun aantal is niet gering, en in het uitvoeren van een complete beurt zal een behoorlijke hoeveelheid tijd gaan zitten, die uiteraard door de garage in rekening wordt gebracht.
Daar staat tegenover dat, mits de beurten goed worden uitgevoerd, de ‘cast duidelijk voor de baet’ gaat. Een regelmatig en goed onderhouden wagen gaat nu eenmaal langer mee, en brengt bij inruil of verkoop méér op.
Afhankelijk of men zichzelf daartoe wel of niet in staat acht, kan mep eventueel zelf de controles uitvoeren en voor de noodzakelijke werkzaamheden een opdracht aan de dealer verstrekken, hetgeen onder bepaalde omstandigheden meer doeltreffend kan zijn dan een complete beurt door de dealer.
Eén en ander is afhankelijk van de nauwkeurigheid waarmee de controlebeurt wordt uitgevoerd, van de vakbekwaamheid van het personeel van de dealer, maar vooral ook van het technisch inzicht waarover men zelf beschikt.
25